Russische drones beschadigen civiel reddingssleepboot 'Sapfir' in haven Odessa
Russische drones hebben op zondag 13 september een haven in de oblast Odessa aangevallen en daarbij de civiele zoek- en reddingssleepboot 'Sapfir' beschadigd. Volgens eerste informatie vielen er geen slachtoffers. Het Oekraïense ministerie van Wederopbouw, Infrastructuur en Transport bestempelde de aanval als een grove schending van het internationale humanitaire en zeerecht en kondigde aan de IMO en internationale partners te zullen informeren.
Hoofdpunten
- Russische drones vielen op 13 september een haven in de oblast Odessa aan en beschadigden de civiele reddingssleepboot 'Sapfir'.
- Volgens voorlopige informatie zijn er geen doden of gewonden gevallen.
- De 'Sapfir' is een Oekraïens civiel SAR-vaartuig, varend onder de staatsonderneming 'Marine Search and Rescue Service', met duidelijke SAR-markering volgens internationale maritieme conventies.
- Het Oekraïense ministerie van Wederopbouw, Infrastructuur en Transport noemde de aanval een grove schending van het internationaal humanitair recht en zeerecht.
- Oekraïne zal de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en internationale partners informeren en eist een passende reactie.
- Op dezelfde dag voerde Rusland een grote gecombineerde aanval uit op de stad Odessa, waarbij woongebouwen en andere civiele infrastructuur werden beschadigd.
- De 'Sapfir' was in 2022 al eens buitgemaakt door een Russisch oorlogsschip nabij Slangen-eiland tijdens een humanitaire reddingsmissie; 17 bemanningsleden en 4 burgers werden toen krijgsgevangen gemaakt.
Waarom dit belangrijk is
Een duidelijk gemarkeerd civiel reddingsvaartuig is geraakt, wat vragen oproept over de naleving van het internationaal humanitair recht en het zeerecht door Rusland. De aanval past in de reeks beschietingen op haven- en civiele infrastructuur in de oblast Odessa — op dezelfde dag werd ook de stad Odessa zelf zwaar aangevallen. Door de aankondiging de IMO te zullen informeren, plaatst Oekraïne de bescherming van civiele scheepvaart nadrukkelijk op de internationale agenda.
Wat er is gebeurd
Op zondag 13 september 2026 voerden Russische drones een aanval uit op een haven in de oblast Odessa. Daarbij werd de civiele zoek- en reddingssleepboot 'Sapfir' beschadigd. Het vaartuig voer onder de staatsonderneming 'Marine Search and Rescue Service' en was voorzien van de voorgeschreven SAR-markering voor burgerreddingsschepen. Volgens voorlopige informatie kwamen er geen mensen om het leven en raakte niemand gewond. Het Oekraïense ministerie van Wederopbouw, Infrastructuur en Transport meldde de aanval en kwalificeerde deze als een nieuwe grove schending door Rusland van het internationaal humanitair recht en het zeerecht. Oekraïne gaf aan de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en internationale partners op de hoogte te zullen brengen en een passende reactie te zullen eisen. Op dezelfde dag voerde Rusland ook een grootschalige gecombinerde aanval uit op de stad Odessa zelf, waarbij woongebouwen, particuliere huizen en andere civiele infrastructuur werden beschadigd.
Achtergrond
De 'Sapfir' is een Oekraïense, door de staat geëxploiteerde civiele reddingssleepboot van project 1454, gebouwd in 1988, geregistreerd in Odessa met onbeperkt vaargebied en inzetbaar voor reddingswerkzaamheden tot 50 meter diepte. Op 26 februari 2022 werd het schip door een Russisch oorlogsschip buitgemaakt nabij het Slangen-eiland, terwijl het een humanitaire reddingsmissie uitvoerde; 17 bemanningsleden en 4 burgers, onder wie een arts en geestelijken, werden krijgsgevangen gemaakt. De gevangenen werden in omstandigheden vastgehouden die door latere onderzoeken als onmenselijk zijn omschreven; op 25 maart 2022 werden 16 bemanningsleden en een arts teruggegeven aan Oekraïne in de eerste gevangenenruil. De 'Sapfir' zelf werd in april 2022 teruggegeven en arriveerde op 11 april 2022 in Izmajil, na te zijn gesleept vanuit de Roemeense haven Sulina. Eerder verleende de 'Sapfir' al bijstand aan Oekraïense marine-schepen en was het betrokken bij reddingswerkzaamheden na de beschieting van de tanker 'Millennial Spirit' in de Zwarte Zee.