Gepubliceerd · Bijgewerkt

Mislukte aanslag op Starlink-opslag in Litouwen, premier wijst naar Rusland

De Litouwse premier Mindaugas Sinkevičius heeft een mislukte nachtelijke brandstichtingspoging gemeld op een Litouws bedrijf dat Starlink-communicatieapparatuur bewaart. De daders waren vooraf gewaarschuwd door de Litouwse inlichtingendiensten en de beveiliging was versterkt, waardoor de aanslag mislukte. De premier heeft voor 19 oktober een bijeenkomst van de Nationale Veiligheidscommissie bijeengeroepen, waar ook de recente drone-invasie in het Litouwse luchtruim wordt besproken.

Hoofdpunten

  • Mislukte brandstichting in de nacht van 18 oktober op een Litouws bedrijf dat Starlink-apparatuur opslaat die door Oekraïne wordt gebruikt
  • Premier Mindaugas Sinkevičius noemt Rusland de 'meest waarschijnlijke opdrachtgever' en bestempelt het incident als onderdeel van een hybride oorlog
  • De aanslag mislukte omdat Litouwse diensten het bedrijf vooraf hadden gewaarschuwd en de beveiliging was versterkt
  • Op de plaats delict werden rond 2 uur 's nachts brandbare vloeistoffen aangetroffen, van containers van 3-5 liter tot een kan van 10 liter
  • Sinkevičius heeft voor 19 oktober een bijeenkomst van de Nationale Veiligheidscommissie bijeengeroepen, die ook de recente drone-invasie in het Litouwse luchtruim bespreekt
  • De commissie onderzoekt de herkomst van de drone en overweegt extra bevoegdheden voor Litouwse diensten om drones te neutraliseren
  • Het is de derde aanval op Starlink-infrastructuur in Europa in ongeveer een maand, na incidenten in Polen (23 september) en Bulgarije (14 oktober)

Waarom dit belangrijk is

Het getroffen Litouwse bedrijf verzorgt de connectiviteit voor Starlink-antennes die door Oekraïne worden gebruikt, dus een succesvolle aanslag zou de Oekraïense communicatie direct hebben geraakt. Litouwse autoriteiten hebben de poging publiekelijk bestempeld als onderdeel van een Russische hybride-oorlogcampagne met sabotage en diversionaire activiteiten. Het incident is de derde in ongeveer een maand die zich richt op Starlink-gerelateerde infrastructuur in Europa, na soortgelijke gevallen in Polen en Bulgarije. Het Litouwse antwoord omvatte voorafgaande waarschuwingen aan het bedrijf en versterkte beveiliging, wat de aanslag verhinderde — een aanwijzing dat er voorafgaande inlichtingen over het complot waren. De premier heeft een bijeenkomst van de Nationale Veiligheidscommissie bijeengeroepen, een ongebruikelijke reactie die het gewicht van het incident onderstreept. Het Litouwse incident ging gepaard met een invasie van een onbekende drone in het Litouwse luchtruim, waarbij gevechtsvliegtuigen werden opgestegen maar de drone door het weer niet kon worden neergehaald, wat aanleiding geeft tot aanvullend beleidsoverleg over bevoegdheden om drones te neutraliseren.

Wat er is gebeurd

In de nacht van 18 oktober hebben onbekende personen geprobeerd een Litouws bedrijf in brand te steken dat Starlink-communicatieapparatuur opslaat. De poging mislukte omdat Litouwse inlichtingendiensten het bedrijf vooraf hadden gewaarschuwd over mogelijke aanvallen en de beveiliging op de locatie was versterkt. Rond 2 uur 's nachts werden op de plaats delict brandbare vloeistoffen aangetroffen, variërend van containers van 3 tot 5 liter tot een kan van 10 liter. Premier Mindaugas Sinkevičius maakte het incident bekend via een Facebook-post en noemde Rusland de 'meest waarschijnlijke opdrachtgever'. Hij bestempelde de aanval als sabotage of diversionaire actie en als onderdeel van de hybride oorlog van Rusland. Het getroffen bedrijf verzorgt de connectiviteit voor negen Starlink-antennes die Oekraïne gebruikt. De Litouwse minister van Defensie Robertas Kaunas bevestigde de informatie maar verklaarde dat hij op dat moment geen nadere details kon verstrekken. Sinkevičius verklaarde dat de identiteit van de daders bekend is en sprak de hoop uit dat zij binnenkort worden aangehouden. De premier heeft voor 19 oktober een bijeenkomst van de Nationale Veiligheidscommissie bijeengeroepen. Op de agenda staan zowel de brandstichtingspoging als de recente invasie van een onbekende drone in het Litouwse luchtruim. Vanwege de drone werden gevechtsvliegtuigen opgestegen, maar die konden het toestel door de weersomstandigheden niet uitschakelen. Op de grond werden brokstukken van de drone gevonden. De commissie onderzoekt de herkomst van de drone, het punt waar de radar hem het eerst detecteerde en de bevindingen na onderzoek van de brokstukken. Ook wordt overwogen de Litouwse diensten extra bevoegdheden te geven om drones te neutraliseren.

Hoe Oekraïense bronnen het beschrijven

Alle zeven aangeleverde artikelen komen uit Oekraïens-talige media en agentschappen, dus een contrast met internationale bronnen kan uit deze set niet worden afgeleid. De Oekraïense berichtgeving plaatst de verklaring van de Litouwse premier centraal en benadrukt het verband tussen de getroffen Starlink-apparatuur en de Oekraïense connectiviteit. Oekraïense bronnen presenteren de Litouwse poging samen met eerdere Starlink-gerelateerde incidenten in Polen en Bulgarije als een gecoördineerd patroon en niet als geïsoleerde gebeurtenissen. Daarnaast leggen zij sterk de nadruk op de toeschrijving aan Rusland door Sinkevičius en de inkadering als onderdeel van een Russische hybride oorlog, wat aansluit op het dominante Oekraïense narratief over Russische sabotage tegen infrastructuur die Oekraïne ondersteunt.

Waar de berichtgeving verschilt

De bronnen spreken elkaar tegen over het lot van twee Turkse staatsburgers die in verband worden gebracht met de brand bij het Starlink-station in Wola Krobowska in Polen. De Poolse premier Donald Tusk meldde op 12 oktober dat twee verdachte Turken op verzoek van Polen in Duitsland waren aangehouden. De Poolse krant Rzeczpospolita berichtte daarentegen op 14 oktober dat de Poolse politie twee Turkse staatsburgers had aangehouden die mogelijk betrokken waren bij de sabotage, maar hen had vrijgelaten nadat was vastgesteld dat zij niet bij de brandstichting betrokken waren. Ten minste een van de mannen had eerder valse persoonlijke gegevens verstrekt door een verkeerde geboortedatum op te geven. Na hun vrijlating namen de twee een taxi naar Warschau in 'natte en vuile kleding', en uit analyse van het taxigesprek bleek dat zij onderling spraken over een 'operatie', een 'basis' en een 'satelliet'.

Achtergrond

Op 23 september brak brand uit bij een grondstation voor Starlink-satellietcommunicatie in het Poolse dorp Wola Krobowska (regio Mazovië). De Poolse procureur opende een onderzoek naar de brand wegens sabotage en een terroristisch misdrijf ten behoeve van een buitenlandse inlichtingendienst. De Poolse minister van Digitalisering Krzysztof Gawkowski verklaarde op 24 september dat de Russische verantwoordelijkheid niet was vastgesteld, maar dat veel tekenen wezen op overeenstemming met een nieuwe doctrine van Russische aanvallen. Op 12 oktober meldde de Poolse premier Donald Tusk dat twee Turkse staatsburgers die werden verdacht van betrokkenheid bij de brand in Wola Krobowska op verzoek van Polen in Duitsland waren aangehouden. Op 14 oktober meldde de Poolse krant Rzeczpospolita dat de Poolse politie twee mogelijk bij de sabotage betrokken Turkse staatsburgers had vrijgelaten na te hebben besloten dat zij niet bij de brandstichting betrokken waren. Op 14 oktober werden in de omgeving van Sofia in Bulgarije 11 van 17 Starlink-antennes op een locatie met verhoogde beveiliging verdacht van brandstichting, en de Bulgaarse autoriteiten bevestigden een onderzoek en meldden versterkte beveiliging van satellietcommunicatiefaciliteiten. De Litouwse Starlink-gerelateerde grondfaciliteit biedt, net als het Poolse station in Wola Krobowska, internettoegang voor een groot deel van Centraal- en Oost-Europa, inclusief Oekraïne. Sinkevičius bestempelde de Litouwse poging als de derde aanval op Starlink-infrastructuur in Europa in de afgelopen maand, na de incidenten in Polen en Bulgarije.