Gepubliceerd · Bijgewerkt

Letland wil 300% invoerrechten op graan uit Rusland en Belarus

De Letse premier Andris Kulbergs heeft op 7 september 2026 plannen aangekondigd om invoerrechten van 300% te heffen op graantransporten uit Rusland en Belarus en op de verwerking ervan. Daarnaast wil Letland mechanismes ontwikkelen om graan uit bezette Oekraïense gebieden op te sporen, en zoekt het land een gezamenlijk Baltisch standpunt.

Hoofdpunten

  • Letland wil 300% invoerrechten op graanvervoer en -verwerking uit Rusland en Belarus invoeren.
  • Premier Andris Kulbergs maakte het plan bekend op een coalitievergadering op 7 september 2026.
  • Letland wil mechanismes ontwikkelen om graan te detecteren dat uit bezette Oekraïense gebieden is gestolen.
  • Kulbergs nam contact op met de Estlandse premier Kristen Michal en plant gesprekken met de Litouwse premier Mindaugas Sinkevičius over een gezamenlijke Baltische aanpak.
  • Letland wil transito-ladingen controleren en samenwerken met Oekraïense instanties en laboratoria om de herkomst van graan vast te stellen.
  • De coalitiepartij Nationale Alliantie (Nacionālā apvienība) pleit voor een volledig verbod op doorvoer en opslag van Russische en Belarussische landbouwproducten en veevoer.
  • In het vorige exportseizoen (juli 2025–juni 2026) voerde Rusland 46,3 miljoen ton graan uit via de Zwarte en Azovzeehavens, 90% van het totaal; sinds het begin van het nieuwe seizoen tot half augustus 2026 liepen de aanvragen voor graanverscheping naar Baltische havens al op tot 5 miljoen ton.

Waarom dit belangrijk is

De Letse maatregel is een scherpe escalatie van nationale sancties op Russische en Belarussische landbouwexport, expliciet gericht op graan dat mogelijk uit bezette Oekraïense gebieden afkomstig is. De poging om tot een gezamenlijk Baltisch standpunt te komen, kan de druk op Russische graanstromen via de regio aanzienlijk vergroten, nu exporteurs hun volumes van de Zwarte en Azovzee naar Baltische havens verschuiven.

Wat er is gebeurd

Op 7 september 2026 maakte de Letse premier Andris Kulbergs tijdens een coalitievergadering plannen bekend om 300%-invoerrechten in te stellen op graantransporten uit Rusland en Belarus en op de verwerking ervan. Het doel is om de doorvoer van Russisch en Belarussisch graan via Letland te beperken, de belangen van Letse boeren te beschermen en de circulatie van graan uit bezette Oekraïense gebieden tegen te gaan. Daarnaast werkt Letland aan mechanismes om gestolen graan uit die gebieden op te sporen, onder meer via transito-controles en samenwerking met Oekraïense instanties en laboratoria. Kulbergs nam contact op met de Estlandse premier Kristen Michal en plant gesprekken met de Litouwse premier Mindaugas Sinkevičius om een gezamenlijke Baltische aanpak te bepalen.

Achtergrond

Russische exporteurs zijn ertoe overgegaan graanzendingen van de Zwarte en Azovzee naar de Baltische Zee te verplaatsen, mede door Oekraïense aanvallen op Russische schepen en haveninfrastructuur. In het vorige exportseizoen (juli 2025–juni 2026) voerde Rusland 46,3 miljoen ton graan uit via de havens aan de Zwarte en Azovzee, oftewel 90% van het totale volume; slechts 1 miljoen ton ging via Russische Baltische havens. Sinds het begin van het nieuwe seizoen tot half augustus 2026 bereikten de aanvragen voor graanverschepingen naar Russische Baltische havens volgens Reuters-bronnen al 5 miljoen ton, en in september wordt een scherpe stijging verwacht. Litouwen versterkt intussen de controles op Russisch graan dat via de haven van Klaipėda wordt getransporteerd; de Litouwse landbouwminister Kęstutis Mažeika gelastte herkomstcontroles op graan uit Rusland en Belarus. De Letse coalitiepartij Nationale Alliantie (Nacionālā apvienība) dringt aan op een volledig verbod op doorvoer en opslag in Letland van Russische en Belarussische landbouwproducten en veevoer. Letland is EU- en NAVO-lid en breidde op 1 september 2026 zijn verbod op Russische en Belarussische goederen uit tot drukwerk, kleding, schoeisel, hoofddeksels, speelgoed, spellen en sportuitrusting, met een beroep op nationale veiligheid en de wens om de inkomsten van Moskou en Minsk te beperken.