Gepubliceerd · Bijgewerkt

Europees Hof voor de Rechten van de Mens wijst klacht van bewoonster van Donetsk tegen Oekraïne af

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft de klacht van een bewoonster van Donetsk in de zaak Maslova v. Oekraïne niet-ontvankelijk verklaard. De vrouw klaagde dat haar appartement op 9 augustus 2014 was verwoest door een artilleriebeschieting door Oekraïense strijdkrachten. Het hof wees alle klachten af wegens het niet uitputten van de nationale rechtsmiddelen, omdat zij geen enkele poging had ondernomen zich tot de nationale rechtbanken te wenden.

Hoofdpunten

  • Het EHRM verklaarde de zaak Maslova v. Oekraïne niet-ontvankelijk.
  • De klacht ging over een vermeende artilleriebeschieting door Oekraïense strijdkrachten op 9 augustus 2014 in Donetsk.
  • Het hof wees alle klachten af op grond van artikel 35 §§ 1 en 4 van het Verdrag vanwege het niet uitputten van binnenlandse rechtsmiddelen.
  • Het hof bevestigde dat Oekraïne een wettelijk kader en gespecialiseerde eenheden heeft opgezet om dergelijke incidenten te onderzoeken.
  • Het hof stelde vast dat de verplaatste rechtbanken effectief en toegankelijk zijn.
  • De verzoekster heeft volgens het hof geen poging ondernomen zich tot de nationale rechtbanken te wenden, ondanks gedocumenteerde regelmatige reizen naar door de Oekraïense regering gecontroleerd gebied.
  • De belangen van de verzoekster werden behartigd door een advocaat die in Moskou praktiseert.

Waarom dit belangrijk is

De uitspraak bevestigt dat Oekraïne over een werkend juridisch kader beschikt om beschietingen te onderzoeken en dat de verplaatste rechtbanken functioneel en toegankelijk zijn. Het hof legt de verantwoordelijkheid voor het uitblijven van onderzoek primair bij de eigen nalatigheid van de verzoekster, niet bij de staat. Met de zaak Maslova v. Oekraïne is er een nieuwe, concreet benoemde precedent. De beslissing valt in een bredere context van Raad van Europa-discussies, waaronder een door de Parlementaire Vergadering voorgesteld mechanisme om bevroren Russische tegoeden op basis van EHRM-uitspraken aan Oekraïne over te dragen.

Wat er is gebeurd

Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de aanvraag van een bewoonster van Donetsk tegen Oekraïne, bekend als de zaak Maslova v. Oekraïne, niet-ontvankelijk verklaard. De verzoekster klaagde dat haar appartement op 9 augustus 2014 was verwoest door een artilleriebeschieting van Oekraïense strijdkrachten. Zij voerde aan dat zij haar rechten niet kon uitoefenen omdat overheidsinstellingen in het oosten, inclusief rechtbanken, waren verplaatst naar door de Oekraïense regering gecontroleerd gebied, en beweerde gedwongen te zijn verhuisd zonder te vermelden waarheen. Als bewijs diende zij kopieën van haar paspoort, erfenis- en eigendomsakten, een huisregister, een schaderapport en foto's in. Haar zaak werd behartigd door een advocaat uit Moskou. Het EHRM verwierp alle klachten op grond van artikel 35 §§ 1 en 4 van het Verdrag, omdat de verzoekster de binnenlandse rechtsmiddelen niet had uitgeput. Het hof stelde vast dat Oekraïne een wettelijk kader en gespecialiseerde onderzoekseenheden heeft opgezet en dat de verplaatste rechtbanken effectief en toegankelijk zijn. Uit documenten bleek dat de verzoekster regelmatig van Donetsk naar door de Oekraïense regering gecontroleerd gebied reisde, maar desondanks geen enkele poging deed zich tot de nationale rechtbanken te wenden. Het hof concludeerde dat de vermeende ineffectiviteit van het onderzoek hoofdzakelijk werd veroorzaakt door haar eigen passiviteit en gebrek aan zorgvuldigheid, niet door toedoen van de staat. De informatie werd openbaar gemaakt door Yevropeiska Pravda en de regeringscommissaris voor EHRM-zaken, Marharyta Sokorenko, op haar Facebookpagina.

Hoe Oekraïense bronnen het beschrijven

Oekraïense media, waaronder Yevropeiska Pravda, ramen de zaak als een klacht tegen Oekraïne wegens vermeende beschieting door Oekraïense strijdkrachten. De berichtgeving benadrukt dat het EHRM de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard. De bron van de informatie wordt consequent aangeduid als Yevropeiska Pravda en de regeringscommissaris voor EHRM-zaken, Marharyta Sokorenko.

Achtergrond

De belangen van de verzoekster werden behartigd door een advocaat uit Moskou. Eerder, in juli, oordeelde het EHRM dat Rusland de eigendomsrechten en het recht op een eerlijk proces had geschonden in een zaak over de inbeslagname van percelen van eigenaren in bezet Sebastopol.