Gepubliceerd · Bijgewerkt

Kroatische rechtbank stelt uitleveringshoorzitting over Nord Stream-verdachte Zhuravlov uit

Een Kroatische rechtbank heeft de hoorzitting van 4 september over de uitlevering van de Oekraïense Volodymyr Zhuravlov aan Duitsland in de Nord Stream-sabotagezaak uitgesteld. Duitsland had het Europees aanhoudingsbevel bijgewerkt en een nieuwe kwalificatie — 'oorlogsmisdrijf' — toegevoegd. De informatie over het uitstel werd verstrekt door de advocaten van Zhuravlov.

Hoofdpunten

  • De hoorzitting van 4 september in Kroatië over de uitlevering van Volodymyr Zhuravlov aan Duitsland werd uitgesteld.
  • Duitsland werkte het Europees aanhoudingsbevel bij en voegde de kwalificatie 'oorlogsmisdrijf' toe.
  • Zhuravlov werd op 19 augustus in Kroatië aangehouden op grond van een Europees aanhoudingsbevel en in voorlopige hechtenis genomen.
  • Volgens het Duitse onderzoek was Zhuravlov een van de duikers die de explosieven op de gaspijpleidingen plaatsten.
  • Het is de derde poging van Duitse onderzoekers om Zhuravlov aan te houden; in 2024 mislukte een poging in Polen.
  • De advocaten van Zhuravlov (Katerynchuk, Moor and Partners) zien de nieuwe kwalificatie als een nieuwe fase in de verdediging.

Waarom dit belangrijk is

Het uitstel verlengt de uitleveringsprocedure en weerspiegelt een uitbreiding van de juridische theorie die Duitse aanklagers volgen. Door de toevoeging van de kwalificatie 'oorlogsmisdrijf' wordt de zaak complexer en krijgt deze een bredere juridische en politieke lading dan alleen de sabotage van de pijpleidingen.

Wat er is gebeurd

Op 4 september stond in Kroatië een hoorzitting gepland over de mogelijke uitlevering van de Oekraïense Volodymyr Zhuravlov aan Duitsland in de Nord Stream-sabotagezaak. De rechtbank stelde de hoorzitting uit nadat de Duitse zijde het Europees aanhoudingsbevel had bijgewerkt met een nieuwe kwalificatie: 'oorlogsmisdrijf'. Zhuravlov was op 19 augustus in Kroatië aangehouden op grond van het bevel en werd in voorlopige hechtenis geplaatst; een Kroatische rechtbank had die maatregel bevolgen. Volgens het Duitse onderzoek was hij een van de duikers die de explosieven op de gaspijpleidingen plaatsten. De informatie over het uitstel werd bekendgemaakt door de advocaten van Zhuravlov, het kantoor Katerynchuk, Moor and Partners, dat de wijziging omschreef als een nieuwe fase in de verdediging. Het is de derde poging van Duitse onderzoekers om Zhuravlov aan te houden; een eerdere poging in 2024 in Polen mislukte omdat hij naar Oekraïne wist uit te reizen.

Waar de berichtgeving verschilt

De bronnen zijn het niet eens over twee data. Artikel 3928 geeft als datum van Zhuravlovs aanhouding in Kroatië 19 augustus, terwijl artikel 4182 augustus 2026 noemt. Over de uitlevering van de andere hoofdverdachte, Serhiy Kuznetsov, naar Duitsland schrijft artikel 4182 over 'herfst 2025', terwijl artikel 3928 specifiek november 2025 noemt.

Achtergrond

In de nacht van 26 september 2022 werden drie van de vier strengen van de gaspijpleidingen Nord Stream 1 en Nord Stream 2 op de bodem van de Oostzee opgeblazen, waarbij slechts één streng onbeschadigd bleef; beide pijpleidingen waren op dat moment buiten gebruik maar gevuld met technisch gas. In augustus 2025 vaardigden Duitse onderzoekers arrestatiebevelen uit tegen zes Oekraïense verdachten. De hoofdverdachte is Serhiy Kuznetsov, beschouwd als commandant van de groep; hij ontkent de aanklachten, werd in augustus 2025 in Italië aangehouden, in de herfst van 2025 naar Duitsland uitgeleverd en op 1 juli 2026 formeel in staat van beschuldiging gesteld; zijn proces staat gepland voor eind oktober in Hamburg. Eerder, in september 2025, werd Zhuravlov in Polen aangehouden op grond van hetzelfde Europees aanhoudingsbevel, maar een Poolse rechtbank weigerde uitlevering; de Poolse premier Donald Tusk zei dat uitlevering niet in het belang van Warschau was, en de Poolse minister van Justitie Waldemar Żurek stelde: 'We kunnen iemand die zijn vaderland op verschillende manieren verdedigt niet straffen.' De Duitse zijde heeft gesproken over een zogenaamd Oekraïens 'statelijk spoor' in de zaak; op 9 juli verklaarde het kantoor van de Oekraïense procureur-generaal dat het onderzoek geen bewijs had gevonden voor betrokkenheid van Oekraïne, zijn autoriteiten of functionarissen. The Wall Street Journal meldde, onder verwijzing naar bronnen, dat de operatie uit 2022 was gepland door hoge Oekraïense militaire officieren en zakenlieden en werd uitgevoerd vanaf een gewoon zeiljacht met openbaar beschikbare zeebodemkaarten. Rusland beschuldigde het Verenigd Koninkrijk van de aanslagen; Londen wees die beschuldigingen af.