Oekraïense econoom Kush waarschuwt: economie niet klaar voor nieuwe crisis die al is begonnen
De Oekraïense econoom en financieel analist Oleksiy Kush waarschuwt in een nieuw artikel dat de Oekraïense economie haar veerkracht heeft verloren en in een neerwaartse spiraal terechtkomt. Het bbp werd in het begin van 2026 voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2023 negatief, de industriële productie kromp en de ontwerpbegroting voor 2027 voorziet slechts in minimale middelen voor de strategische reserve en mobilisatiemaatregelen.
Hoofdpunten
- Econoom Oleksiy Kush schreef het artikel 'Ukraine is not ready for a new crisis, and it is already here'.
- De bbp-groei werd in het begin van 2026 voor het eerst sinds Q1 2023 negatief.
- In de eerste zeven maanden van 2026 daalde de industriële productie met 0,3% ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder.
- In de ontwerpbegroting voor 2027 is slechts 69 miljoen UAH (circa 1,5 miljoen USD) uitgetrokken om de strategische reserve aan te vullen.
- Voor mobilisatiemaatregelen in de economie is in het vijfde oorlogsjaar slechts 144 miljoen UAH gepland.
- Kush wijt het gebrek aan interne kredietruimte aan het te krappe beleid van de Nationale Bank van Oekraïne.
Waarom dit belangrijk is
De analyse van Kush markeert een nieuw crisisstadium in het vijfde jaar van de oorlog: de bbp-groei is voor het eerst sinds begin 2023 negatief, terwijl de ontwerpbegroting voor 2027 nauwelijks middelen uittrekt voor de strategische reserve en voor mobilisatiemaatregelen in de economie. De waarschuwing opent een debat over het monetaire beleid van de Nationale Bank van Oekraïne en over de relatie tussen militaire aanvallen op infrastructuur en de economische toestand.
Wat er is gebeurd
Oleksiy Kush publiceerde een artikel met de titel 'Ukraine is not ready for a new crisis, and it is already here'. Daarin stelt hij dat de Oekraïense economie geen structurele omschakeling heeft doorgemaakt en geen weerstand heeft opgebouwd tegen de uitdagingen van de oorlog. In de eerste zeven maanden van 2026 kromp de industriële productie met 0,3% op jaarbasis en werd de bbp-groei negatief — voor het eerst sinds het eerste kwartaal van 2023.
De zomer van 2026 bracht een nieuwe verslechtering door aanvallen op industriële, magazijn-, post- en transportinfrastructuur, die toeleveringsketens verstoren. Een aanzienlijke beperking van de activiteit in de Zwarte-Zeehavens vernauwde de afzetmogelijkheden op buitenlandse markten voor onbepaalde tijd. De ontwerpbegroting voor 2027, opgesteld door de regering van Yulia Svyrydenko, voorziet volgens het artikel slechts in 69 miljoen UAH voor de strategische reserve en 144 miljoen UAH voor mobilisatiemaatregelen in de economie. Kush noemt het krappe beleid van de Nationale Bank van Oekraïne een reden voor het uitblijven van interne kredietruimte en bestempelt de huidige crisis als onafgemaakt 'huiswerk' van de kabinetten-Shmyhal en -Svyrydenko.
Hoe Oekraïense bronnen het beschrijven
De Oekraïense bron, ZN.UA, plaatst de neergang voor een belangrijk deel in de binnenlandse politiek: het krappe monetaire beleid van de Nationale Bank van Oekraïne en het ontwerp van de begroting voor 2027 — met minimale middelen voor de strategische reserve en voor mobilisatiemaatregelen — worden als tekenen van onvoldoende crisisparaatheid gezien. Het verhaal draait om één Oekraïense econoom, Oleksiy Kush, en wijt de verantwoordelijkheid voor het uitblijven van structurele hervormingen met name aan de regeringsleiders Denys Shmyhal en Yulia Svyrydenko. De Oekraïense economie vond volgens de bron steun in buitenlandse hulp, de dienstensector en de export van grondstoffen.
Achtergrond
Na de eerste schok van de grootschalige oorlog veerde de Oekraïense economie in 2023 op en groeide in 2024–2025 naar 2–3%. De industriesector is historisch gezien een ruggengraat van Oekraïense export en werkgelegenheid, en de Zwarte-Zeehavens vormen een belangrijke schakel voor de uitvoer van landbouw- en andere producten. De ontwerpbegroting voor 2027 werd voorbereid door de regering van Yulia Svyrydenko, die het kabinet onder Denys Shmyhal opvolgde.