Oekraïense vicepremier Chentsov ziet geen noodzaak voor selectieprocedure procureur-generaal
Vsevolod Chentsov, vicepremier voor Europese en Euro-Atlantische integratie van Oekraïne, heeft in een interview met Yevropeiska Pravda verklaard dat hij noch de noodzaak noch de mogelijkheid ziet om een concurrentiewedstrijd te organiseren voor de functie van procureur-generaal. Hij stelt dat de EU-vereisten een dergelijke procedure niet voorschrijven en dat een vergelijkbare Europese procedure niet bestaat. Zijn uitspraken botsen met het standpunt van het hoofd van de parlementaire anticorruptiecommissie en met een peiling waaruit brede publieke steun voor zo'n procedure blijkt.
Hoofdpunten
- Vsevolod Chentsov is vicepremier voor Europese en Euro-Atlantische integratie van Oekraïne.
- Chentsov verklaarde in een interview met Yevropeiska Pravda geen noodzaak te zien voor een selectieprocedure voor de procureur-generaal.
- Volgens Chentsov schrijven de EU-vereisten een dergelijke procedure niet voor en bestaat er geen vergelijkbare Europese praktijk.
- In juni diende Anastasia Radina, hoofd van de parlementaire anticorruptiecommissie, een wetsontwerp in voor een selectieprocedure voor de procureur-generaal.
- Radina stelde dat een dergelijke aanpak wordt toegepast door sommige EU-lidstaten.
- Een peiling van KMIS wees uit dat 69% van de Oekraïners een onafhankelijke selectieprocedure met buitenlandse experts steunt.
Waarom dit belangrijk is
De uitspraak van de vicepremier vormt een directe tegenstelling tegen een wetsontwerp voor een selectieprocedure voor de procureur-generaal dat in de Verkhovna Rada is ingediend. Het kader van EU-toetredingsvereisten dat Chentsov schetst, kan de druk op anticorruptiehervormingen op het gebied van justitiële en vervolgingsonafhankelijkheid verzwakken. Het signaleert een meningsverschil binnen de Oekraïense overheid over de hervorming van een belangrijke anticorruptie-instelling op een gevoelig punt in het EU-toetredingsproces.
Wat er is gebeurd
Vsevolod Chentsov, vicepremier voor Europese en Euro-Atlantische integratie van Oekraïne, gaf in een interview met Yevropeiska Pravda aan geen noodzaak te zien voor een concurrentiewedstrijd voor de functie van procureur-generaal. Hij stelde dat de EU-vereisten een dergelijke procedure niet voorschrijven, dat er geen vergelijkbare Europese praktijk bestaat, en dat voorstellen van experts van de Raad van Europa juist het belang benadrukken om de Oekraïense grondwet te volgen, die de rol van de president en de Verkhovna Rada in het benoemingsproces vastlegt. Chentsov verklaarde persoonlijk noch de noodzaak noch de mogelijkheid van zo'n procedure te zien, maar gaf toe dat de vraag naar transparantie van de selectie en naar selectie op professionele kwaliteiten onderwerp van gesprek blijft.
Waar de berichtgeving verschilt
Chentsov beweert dat de EU-vereisten geen selectieprocedure voor de procureur-generaal voorschrijven en dat zo'n Europese praktijk niet bestaat, terwijl het hoofd van de parlementaire anticorruptiecommissie heeft verklaard dat deze aanpak wel degereby wordt toegepast door individuele EU-lidstaten. Daarnaast ziet Chentsov persoonlijk noch de noodzaak noch de mogelijkheid van een selectieprocedure, terwijl een KMIS-peiling aantoont dat 69% van de Oekraïners een onafhankelijke procedure met buitenlandse experts steunt.
Achtergrond
In juni diende het hoofd van de parlementaire anticorruptiecommissie een wetsontwerp in bij de Verkhovna Rada om een selectieprocedure voor de procureur-generaal in te voeren. Zij wees erop dat sommige EU-lidstaten een dergelijke aanpak gebruiken. Een KMIS-peiling wees uit dat 69% van de Oekraïners een onafhankelijke procedure met buitenlandse experts steunt. Volgens de huidige procedure selecteert de president een kandidaat, stemt de Verkhovna Rada, en als de kandidaat de vereiste 226 stemmen niet haalt, wordt hij benoemd als waarnemend procureur-generaal. Experts stelden dat de toevoeging van een adviesorgaan zoals een selectiecommissie geen wijziging van het grondwettelijke benoemingsmodel zou vormen. Chentsov deed zijn uitspraken in zijn eerste interview in deze functie en tegen de achtergrond van bredere EU-toetredingsbesprekingen, inclusief berichten dat het Hongaarse veto was gevallen en dat er een Task Force met de Europese Commissie was opgericht. Het debat speelt zich af tegen de achtergrond van een schandaal rond de voormalige procureur-generaal Ruslan Kravchenko, die Oekraïne verliet voor een vermeende PAVE-missie waar hij niet voor was uitgenodigd en vervolgens werd ontslagen.