Gewapend conflict tussen SBU en HUR in Kiev: drie gewonde inlichtingenmensen en arrestaties
Op de avond van 1 september en de ochtend van 2 september vonden in de wijk Berezniaky in Kiev twee schietincidenten plaats tussen personeels van de SBU (veiligheidsdienst) en de HUR (militaire inlichtingendienst), waarbij drie HUR-militairen gewond raakten. De aanleiding was de detentie van Stepan Kaploenov, plaatsvervangend commandant van het Russisch Vrijwilligerskorps (RDK), dat onder de HUR valt. Op 3 september werden twee verdachten — een SBU-medewerker en een HUR-militair — in staat van beschuldiging gesteld; op 4 september koos de rechter persoonlijke borgtocht als voorzorgsmaatregel voor beiden. President Zelensky noemde het incident „absoluut schandelijk" en kondigde het ontslag aan van plaatsvervangend hoofd van zowel de SBU als de HUR.
Hoofdpunten
- Twee schietincidenten op 1-2 september in de wijk Berezniaky (Dnipro-district) in Kiev tussen personeels van de SBU en de HUR; drie HUR-militairen gewond, van wie één licht en twee matig ernstig, allen in het ziekenhuis.
- Aanleiding was de detentie/vermissing van Stepan Kaploenov, plaatsvervangend commandant van het RDK (onderdeel van HUR), die op 1 september door het RDK als ontvoerd werd opgegeven en door de SBU als aangehouden.
- Op 3 september werden twee verdachten in staat van beschuldiging gesteld: SBU-officier Nazar Verkhola (art. 365 lid 2 Wetboek van Strafrecht, 3-8 jaar) en HUR-militair Serhiy Ivanov (art. 348 Wetboek van Strafrecht, 9-15 jaar of levenslang).
- Op 4 september koos de Petsjersk-rechtbank in Kiev voor beide verdachten persoonlijke borgtocht (особиста порука) als voorzorgsmaatregel; het OM had detentie gevraagd. Beide zittingen vonden achter gesloten deuren plaats.
- President Zelensky noemde het voorval „absoluut schandelijk", kondigde het ontslag aan van plaatsvervangend hoofden van SBU en HUR, en ondertekende op 3 september het ontslag van Oleh Chramov, hoofd van het SBU-departement voor staatsgeheimenbescherming en licentieverlening.
- Het onderzoek naar het conflict wordt geleid door de ДБР (Staatsbureau van Onderzoek), dat ook een afzonderlijk onderzoek opende naar de verdwijning van Kaploenov.
- De ДБР ontkende publiekelijk dat het persoonsgegevens van Oekraïense inlichtingenmedewerkers aan de Russische zijde had overgedragen of dat directeur Oleksiy Suchachov een dergelijke opdracht had gegeven; bloggers Ihor Latsjenkov en Serhiy Sternenko hadden zo'n lek beschuldigd.
Wat er is gebeurd
In de nacht van 1 september en de ochtend van 2 september 2025 vonden in de wijk Berezniaky (Dnipro-district) in Kiev twee schietincidenten plaats tussen personeels van de SBU en de HUR. Volgens de commandant van het RDK, Denys Kapoestin, werden de eerste schoten rond 23:00 gelost toen SBU-medewerkers de woning van Stepan Kaploenov probeerden binnen te dringen; een tweede confrontatie volgde rond 08:00 's ochtends. Daarbij raakten drie HUR-militairen gewond — een licht, twee matig ernstig — en zij werden in het ziekenhuis opgenomen. De aanleiding was de detentie van Kaploenov, plaatsvervangend commandant voor gevechtsoperaties van het RDK, dat onder het HUR-speciale eenheid „Tymoer" valt. Op 1 september had RDK-stafchef Oleksandr Fortuna Kaploenov's verdwijning in de binnenplaats van zijn woning als ontvoering gemeld; later bleek de SBU achter de aanhouding te zitten.
De SBU verklaarde op 3 september dat Kaploenov contacten met de Russische FSB had en in opdracht daarvan een aanslag in Kiev voorbereidde op een leider van de Russische oppositiebeweging die voor Onafhankelijkheidsdag naar Oekraïne zou komen; volgens mediaberichten (Babel en anderen) zou het gaan om Achmed Zakajev, hoofd van de regering van de Tsjetsjeense Republiek Itchkeria. Kaploenov ontkent de beschuldigingen en zegt dat zijn bekentenis onder psychologische druk tot stand kwam.
De procureur-generaal deelde op 3 september mee dat twee verdachten — SBU-officier Nazar Verkhola en HUR-militair Serhiy Ivanov — in staat van beschuldiging waren gesteld. Op 4 september koos de Petsjersk-rechtbank in Kiev voor beiden persoonlijke borgtocht (особиста порука) als voorzorgsmaatregel, hoewel het OM detentie had gevraagd (mogelijk met borgsom van 1 miljoen hryvnia). Beide zittingen vonden achter gesloten deuren plaats. Ivanov's borgsteller was Zaoer Malaksjenidze, commandant van de militaire eenheid waartoe hij behoort; Verkhola's borgsteller was het hoofd van het SBU-tegeninlichtingendepartement.
President Zelensky noemde het incident op 3 september „absoluut schandelijk" en kondigde aan dat de plaatsvervangend hoofden van SBU en HUR die verantwoordelijk zijn voor de situatie zouden worden ontslagen; hij ondertekende het ontslag van Oleh Chramov, hoofd van het SBU-departement voor staatsgeheimenbescherming en licentieverlening. De Staatsbureau van Onderzoek (ДБР) leidt het onderzoek naar het gewapende conflict tussen de SBU en HUR. Voormalig parlementslid Ihor Mosiytsjoek (onder NSDC-sancties voor pro-Russische propaganda) publiceerde in zijn Telegram-kanaal persoonsgegevens die volgens hem toebehoren aan drie medewerkers van het 5e directoraat van de SBU-tegeninlichtingendienst (DKR) die na de schietpartij waren aangehouden; bloggers Ihor Latsjenkov en Serhiy Sternenko beschuldigden de ДБР ervan die gegevens te hebben gelekt in opdracht van directeur Oleksiy Suchachov. De ДБР ontkende dit publiekelijk en noemde de beschuldigingen een doelbewuste poging tot diskreditering; de ДБР opende wel een eigen onderzoek naar de verspreiding van persoonsgegevens van wetshandhavers.
Waar de berichtgeving verschilt
Bronnen zijn het niet eens over de aard van Kaploenov's aanhouding op 23 augustus: het RDK en Kaploenov zelf omschrijven het als ontvoering door personen die zich als politie voordeden, met ketening en psychologische druk om een bekentenis van FSB-contacten af te dwingen, terwijl de SBU het frame als een合法 detentie in het kader van een antiterrorismecampagne waarbij Kaploenov zou hebben meegewerkt.
Over wie het vuur opende op de ochtend van 2 september lopen de versies uiteen: volgens RDK-commandant Kapoestin openden SBU-medewerkers het vuur en schoten zij op de benen zonder te richten, en beantwoordde de HUR het vuur niet; de SBU stelt daarentegen dat een gewapende groep een aanval uitvoerde op haar onderzoeksteam en dat haar Alfa-speciale eenheid wapens gebruikte tegen gewapende tegenstand.
Over de initiator van het fysieke conflict op 2 september citeert de verdediging (advocaat Taras Borovsky) de SBU-versie dat HUR-militair Ivanov „als eerste aanviel"; volgens Kapoestin was het juist de SBU die de agressor was.
Over een vermeend lek van persoonsgegevens van SBU-officieren beschuldigden bloggers Ihor Latsjenkov en Serhiy Sternenko de ДБР ervan gegevens te hebben doorgespeeld aan voormalig parlementslid Ihor Mosiytsjoek in opdracht van directeur Oleksiy Suchachov; de ДБР ontkende dit en bestempelde de beschuldigingen als een gerichte poging tot diskreditering.
Ten slotte bestaat er onzekerheid over de vermeende FSB-aanslag op een Russische oppositieleider: de SBU zegt die te hebben ontdekt, maar volgens mediaberichten vernamen bronnen rond Achmed Zakajev pas via de pers van het complot en bevestigden zij dit niet onafhankelijk; Kaploenov ontkent de tenlastelegging.
Achtergrond
Het Russisch Vrijwilligerskorps (RDK) is een gevechtseenheid die samenwerkt met Oekraïne en onder het HUR-speciale eenheid „Tymoer" valt. RDK-commandant Denys Kapoestin stelt dat zijn leiding op de hoogte is van en instemt met Kaploenov's contacten met de Russische zijde. RDK-stafchef Oleksandr Fortuna meldde op 1 september publiekelijk dat Kaploenov was ontvoerd; later bleek de SBU verantwoordelijk voor de aanhouding op 23 augustus, die zij als een合法e operatie kenschetste. De SBU beweert dat Kaploenov contacten met de FSB heeft bekend en in opdracht daarvan een aanslag in Kiev voorbereidde op een Russische oppositieleider (volgens Babel en andere media Achmed Zakajev) en op Oekraïense defensie-militairen voor geld; Kaploenov ontkent dit en stelt dat zijn bekentenis onder druk tot stand kwam. De HUR omschreef een latere golf van lekken over SBU-officieren als een gerichte desinformatiecampagne tegen de militaire inlichtingendienst.