Gepubliceerd · Bijgewerkt

EU-gerecht wijst Hongaarse rechtszaak over bevroren Russische tegoeden af

Het EU-gerecht (tweede hoogste rechterlijke instantie van de EU) heeft de rechtszaak van Hongarije afgewezen die het gebruik van opbrengsten uit bevroren activa van de Russische centrale bank voor militaire steun aan Oekraïne aanvocht. Het hof verklaarde zich onbevoegd om de zaak te behandelen, omdat het geschil valt onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, een terrein dat grotendeels buiten rechterlijke toetsing valt.

Hoofdpunten

  • EU-gerecht verklaart zich onbevoegd in de zaak die Hongarije in juli 2025 aanspande tegen het gebruik van opbrengsten uit bevroren Russische centrale-banktegoeden voor militaire steun aan Oekraïne.
  • Hongarije eiste vernietiging van het EU-Raadsbesluit van 21 mei 2024 en een besluit van het comité van het Europees Vredesfonds van maart 2025.
  • Het hof oordeelde dat het geschil onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid valt en niet onder de uitzonderingen die rechterlijke tussenkomst mogelijk maken.
  • Het Europees Vredesfonds vergoedt EU-lidstaten voor militaire steun aan Oekraïne; tussen 2022 en 2024 mobiliseerde de EU hiermee €6,1 miljard.
  • De totale bevroren tegoeden van de Russische centrale bank in de EU en G7 worden geschat op meer dan €200 miljard, waarvan een groot deel bij de Belgische depositaris Euroclear.
  • De rechtszaak was aangespannen door de vorige Hongaarse regering onder Viktor Orbán; de nieuwe regering van Péter Magyar heeft het buitenlands beleid herzien en erkent Rusland nu als dreiging.

Waarom dit belangrijk is

De uitspraak haalt een Hongaarse juridische blokkade weg voor het kanaliseren van opbrengsten uit bevroren Russische staatsactiva naar het Europees Vredesfonds voor militaire steun aan Oekraïne. Het hof bevestigt dat besluiten over de aanwending van deze opbrengsten vallen onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, een terrein dat grotendeels aan rechterlijke toetsing is onttrokken. De zaak was aangespannen door de vorige Hongaarse regering, terwijl de nieuwe regering onder Péter Magyar een koerswijziging heeft ingezet richting steun aan Oekraïne en erkenning van Rusland als dreiging.

Wat er is gebeurd

Het EU-gerecht, de tweede hoogste rechterlijke instantie van de EU, heeft de rechtszaak afgewezen die Hongarije in juli 2025 had aangespannen tegen het gebruik van opbrengsten uit bevroren activa van de Russische centrale bank voor militaire steun aan Oekraïne. Hongarije eiste de vernietiging van twee besluiten: het EU-Raadsbesluit van 21 mei 2024 dat regels vaststelde voor het kanaliseren van buitengewone opbrengsten uit bevroren Russische activa naar steun voor Oekraïne, en een besluit van het comité van het Europees Vredesfonds van maart 2025 dat het gebruik van deze opbrengsten voor militaire steun aan Oekraïne toestond. Het hof verklaarde zich onbevoegd en oordeelde dat de betwiste besluiten behoren tot het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, een terrein dat grotendeels is uitgesloten van rechterlijke toetsing. De zaak was eerder, op 25 augustus 2025, door het hof in behandeling genomen, voordat het tot deze conclusie kwam. Hongarije voerde aan dat zijn onthouding tijdens de stemming over het mechanisme niet gold als instemming met latere besluiten om deze middelen via het Europees Vredesfonds aan te wenden zonder zijn steun, en stelde dat het Vredesfonds EU-recht had geschonden door zijn veto te negeren op grond van het feit dat Hongarije geen 'bijdragende lidstaat' was. De EU stelde daar tegenover dat Hongarije de aanwending van deze opbrengsten niet kan blokkeren, omdat het zich bij de vaststelling van het mechanisme had onthouden in plaats van ertegen te stemmen.

Hoe Oekraïense bronnen het beschrijven

Oekraïense bronnen benadrukken dat de uitspraak Oekraïne steunt door een Hongaarse poging weg te nemen om het gebruik van opbrengsten uit Russische tegoeden voor militaire bijstand te blokkeren. De berichtgeving plaatst de zaak in geopolitiek perspectief en wijst op het contrast tussen de eerdere rechtszaak van de regering-Orbán en het herziene buitenlandse beleid van de nieuwe Hongaarse regering jegens Rusland en Oekraïne. Artikelen onderstrepen daarnaast de financiële omvang van de bevroren Russische activa en de lopende westerse besprekingen over volledige confiscatie of het Ukraine Loan Cooperation Mechanism, dat Oekraïne tot €45 miljard kan financieren.

Achtergrond

Hongarije diende zijn rechtszaak in juli 2025 in, waarbij het de vernietiging eiste van het EU-Raadsbesluit van 21 mei 2024 en een besluit van het comité van het Europees Vredesfonds van maart 2025 dat het gebruik van opbrengsten uit Russische activa voor militaire steun aan Oekraïne toestond. De EU-Raad richtte het Europees Vredesfonds in 2021 op om acties op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te financieren; tussen 2022 en 2024 mobiliseerde de EU via dit fonds €6,1 miljard voor Oekraïne, waarna het plafond met €5 miljard werd verhoogd tot in totaal €11,1 miljard. De totale bevroren tegoeden van de Russische centrale bank in de EU en G7 worden geschat op meer dan €200 miljard, waarvan het merendeel onder Europese jurisdictie valt en een aanzienlijk deel wordt bewaard bij de Belgische depositaris Euroclear. Westerse landen bespreken de mogelijkheid van volledige confiscatie van Russische activa of de inzet ervan binnen het Ukraine Loan Cooperation Mechanism, met een potentiële financiering van Oekraïne tot €45 miljard. Na de parlementsverkiezingen van april heeft de nieuwe Hongaarse regering onder premier Péter Magyar het buitenlands beleid herzien en erkent zij Rusland nu als dreiging en steunt zij de territoriale integriteit van Oekraïne; op 8 september zette Boedapest tien Russische diplomaten het land uit.